Nieuwe publicatie: Leren programmeren in het basisonderwijs

15-02-2019 door Justine van den Berg

In het basisonderwijs wordt steeds meer aandacht besteed aan computational thinking vaardigheden van leerlingen, onder andere door het aanbieden van programmeeronderwijs. De vraag is wel wat de effecten hiervan zijn. Het iXperium/Centre of Expertise Leren met ict heeft in samenwerking met de stichting Conexus onderzoek gedaan naar de effecten van programmeer-onderwijs in de bovenbouw van de basisschool.

.

,

Effect van programmeeronderwijs
Zorgt programmeeronderwijs inderdaad voor betere computational thinking vaardigheden bij leerlingen? En bevordert het de motivatie van leerlingen voor programmeren? Aan het onderzoek deden ruim 200 leerlingen van vijf basisscholen mee. Deze leerlingen volgden een leerarrangement over programmeren, bestaande uit vier lessen. De leerlingen leerden ofwel programmeren met een beeldschermomgeving (Scratch), ofwel met een robot (Edison). Sommige leerlingen kregen een gepersonaliseerde variant van het leerarrangement waarbij ze konden kiezen uit verschillende maten van sturing, andere leerlingen hadden deze keuze niet.

We hebben vooraf en achteraf de computational thinking vaardigheden en de motivatie voor programmeren van de leerlingen gemeten.

Resultaten: 40% van leerlingen ging meer programmeren
De resultaten laten zien dat leerlingen na de programmeerlessen hogere computational thinking vaardigheden hadden dan ervoor. Dit wijst erop het leerarrangement inderdaad bijdroeg aan de computational thinking vaardigheden van de leerlingen. Het maakte hierbij niet uit of leerlingen hadden geprogrammeerd met een beeldschermomgeving of met een robot. Ook maakte het niet uit of leerlingen de gepersonaliseerde variant van het leerarrangement hadden gevolgd (met keuze in mate van sturing) of de niet-gepersonaliseerde variant.

Naast de computational thinking vaardigheden ging ook de motivatie (interesse) voor programmeren vooruit. Leerlingen hadden na afloop van de lessen meer interesse voor programmeren dan ervoor. De toegenomen interesse kwam ook tot uiting in gedrag: bijna veertig procent van de leerlingen gaf aan dat zij buiten de lessen om meer zijn gaan programmeren.

Het leerarrangement was het meest effectief voor leerlingen in de hogere leerjaren van de bovenbouw (groep 7-8). Voor leerlingen in lagere leerjaren van de bovenbouw (groep 5-6) zou een aangepaste leerarrangement mogelijk geschikter zijn, met meer ondersteuning of oefening. Verder bleek dat leerlingen die vooraf al ervaring hadden met programmeren en leerlingen met hogere rekenvaardigheden meer baat hadden bij het leerarrangement; zij pikten het programmeren sneller op. Leerlingen zonder programmeerervaring vooraf en leerlingen met lagere rekenvaardigheden hebben waarschijnlijk wat meer ondersteuning nodig.

Lees de publicatie

Geplaatst onder: programmeren | Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *