Leer meisjes “Als je wilt kun je alles!”

07-05-2018 door Justine van den Berg

In Engeland kiezen minder meisjes in het voortgezet onderwijs voor Informatica en computertechniek. Ook in Nederland zie je meer jongens dan meisjes bij informaticavakken en opleidingen. Computing education expert Rowan Roberts van CLC London schreef er een long read over. Hieronder een Nederlandstalige ingekorte versie van het artikel.

Heb je wel eens in google gezocht op ‘computers voor jongens’ of ‘computers voor meisjes’. Bij de resultaten voor jongens zie je jongens aan het werk op computers. Bij meisjes komen meteen de roze accessoires in beeld. Overigens is dat als je zoekt in het Engels erger dan zoeken in het Nederlands, maar ook bij ‘computers voor meisjes’ zie je veel roze toetsenborden in de resultaten. Ook de verwante zoektermen zijn anders, bij meisjes zie je bijvoorbeeld ‘Hello Kitty’ en ‘roze’ in plaats van hacken, technologie of studie. Dus terwijl leren met ict voor iedereen steeds belangrijker wordt zie je dat jongens en meisjes andere zoekresultaten vinden bij dit onderwerp.

In Engeland kiezen minder meisjes in het voorgezet onderwijs voor programmeren. Het lesprogramma is gewijzigd van ICT GCSE naar een computer science GCSE. Komt dat doordat er nu meer aandacht is voor programmeren?

In het verleden waren er voldoende vrouwen actief in het programmeren maar ze zijn niet zo bekend als hun mannelijke collega’s. Ada Avelace ontwierp bijvoorbeeld het eerste computer algoritme. Ze bedacht het idee dat programmeren een soort poëtische science is. Ze voorspelde zelfs dat computers ooit muziek zouden kunnen componeren. Honderd jaar later experimenteerde Pauline Oliveros hier mee. Tot aan de jaren ’80 van de vorige eeuw groeide het aantal vrouwelijke computer ingenieurs. In de jaren ’80 werd de personal computer geïntroduceerd. Vanaf die tijd kreeg ieder gezin een computer in huis. En de marketing daar van werd helemaal op mannen gericht. Advertenties lieten vaders en zonen zien die samen aan de pc werkten. Ook de games industrie richtte zich vooral op mannen. De vrouwen in de games waren ofwel hulpeloos en moesten worden gered ofwel het waren sexy supervrouwen als Lara Croft. De meisjes waren vaak geen onderdeel van het computergepruts in huis. Ze deden er weinig ervaring mee op en hadden daardoor ook weinig zelfvertrouwen om met een computer te experimenteren. En juist zelfvertrouwen is enorm belangrijk voor de betrokkenheid van leerlingen bij een vak. Daar komt bij de veel meisjes risico’s mijden. Dat komt ook terug in de opvoeding en ons taalgebruik, meisjes krijgen veel vaker te horen dat ze voorzichtig moeten zijn dan jongens. Een ander punt is dat leerlingen die veel bezig zijn met wiskunde en programmeren als snel worden neergezet als whizzkid of genie. Terwijl andere talenten minder prijzend worden benoemd. Als in het primair onderwijs meisje kunnen kiezen voor een spel en je zegt tegen ze dat het een spel is wat vooral voor leerlingen is die heel slim zijn kiezen ze het niet terwijl ze wel kiezen voor een vergelijkbaar spel als er bij wordt gezegd dat het voor leerlingen is die heel hard willen werken. Bijzonder is dat dit geldt voor kinderen van zes en ouder, niet voor vijfjarigen.

Meisjes zijn vaak ook onzeker over hun eigen kennis en kunde. Ze willen het goed doen en vermijden het om fouten te maken. Ze vragen hulp, wil je me laten zien hoe dit moet. Terwijl juist het zelf uitvinden, fouten maken en herstellen een groot effect heeft op het leereffect bij computational thinking.

Het zou goed zijn als we leerlingen een growth mindset mee kunnen geven. Ze denken dan niet in termen van wat ze niet kunnen en vakken waar ze slecht in zijn maar vragen feedback en zijn ze nieuwsgierig wat ze kunnen leren en de volgende keer ander kunnen doen.

Wat kunnen we doen?
Rowan Roberts heeft een aantal tips:
– werk als leraar zelf vanuit een growth mindset. Zeg dus ook over jezelf niet dat je iets niet kunt en zeg ook niet tegen leerlingen dat ze ergens heel goed in zijn. Leer leerlingen dat ze vaardigheden kunnen leren en dat talent zich kan ontwikkelen.
– daag leerlingen uit om iets zelf op te lossen. Als ze vragen wil je mij laten zien hoe het moet zeg dan ‘dat weet ik ook niet, wat gebeurt er als je daar op klikt’.
– laat zien dat je lol hebt in programmeren. Gebruik het bijvoorbeeld ook voor alledaagse dingen. Moet je leerlingen in een groep indelen maak dan een programma die dat doet. Je laat zien dat je dat doet omdat het leuk is en je laat zien dat je zo denkt.
– Laat zowel mannelijke als vrouwelijke rolmodellen zien.
– Maak gebruik van op onderzoek gebaseerde benaderingen zoals ScratchMaths: deze specifieke hulpbron stimuleert ook onderzoeken en experimenteren.

Veel programmeerlessen zijn gericht de resultaten in plaats van op het proces. Het lijkt dat er maar één correcte oplossing is voor een vraagstuk. En als je die niet vindt heb je gefaald. Dit schrikt meisjes af. En juist deze gedachtegang is niet goed voor het leren programmeren. Daarbij is het van belang dat je zelf programmeert, ziet wat er fout gaat en daar van leert.

Talent is een geschenk … wat je jezelf kunt geven!
Een belangrijke les van NASA computerwetenschapper Annie Easley is “Als je wilt … kun je alles doen wat je wilt, maar je moet eraan werken.” Je kunt nog steeds denken aan talent als een geschenk, maar bedenk dat het een geschenk is dat je aan jezelf kunt geven. Het enige wat je nodig hebt, is een beetje oefenen.

Lees het Engelstalige artikel op de blog van London CLC

Tags:
Geplaatst onder: programmeren | Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*