En ´pling´, daar landde een klein zwart worstje bovenop de hondenkop.

15-11-2013 door Rutger Smabers (@TaalByte)

Laatst zag ik toevallig een uitzending van het televisieprogramma ‘Join the Beat’. De eerste gedachte die bij het zien van dit programma in mij opkwam was: hè, wat jammer dat ik nu niet in het basisonderwijs werk. Wat lijkt het me leuk om met een bovenbouwgroep een eigen opname in te zenden.
Helaas, ik geef vaklessen Nederlands op de pabo en op dit moment behandel ik in die lessen woordenschatdidactiek. Dat programma ligt vast, dus ik kan daar niet zomaar vanwege ‘een leuk idee’ van afwijken.
Toch liet de gedachte mij niet los. Was het niet mogelijk om de inhoud van de vakles Nederlands te koppelen aan het maken van een eigen beat? Taal en woorden zijn immers overal …en zeker in muziek. Bovendien, is het niet mijn taak als docent taal en taaldidactiek om studenten in te laten zien dat taal overal aanwezig is en niet alleen aangeboden dient te worden in geïsoleerde lesjes woordenschat, spelling en grammatica?

In ‘Join the Beat’ wordt elke week een basisbeat online gezet. Iedereen kan gedurende die week, ritmes, gitaarlicks, baslijnen, teksten of interessante geluiden inzenden. Aan het eind van de week voegt een producer een selectie van al de inzendingen samen, waardoor een complete track ontstaat.
Het inzenden van geluiden bracht mij op een idee.
In taal hebben we woorden voor geluiden: onomatopeeën. Jonge kinderen gebruiken die vaak om voorwerpen of dieren mee aan te duiden. Denk maar aan: vroem, vroem voor auto. Maar niet alleen kinderen gebruiken onomatopeeën. In stripverhalen worden ze veel gebruikt en ik denk -hoop- dat bijna iedereen weet waar het geluid pling in de titel van deze tekst voor staat.
Het idee werd duidelijk: ik zou de volgende vakles een voorbeeld geven, waarin ik liet zien hoe je woordenschatontwikkeling kon combineren met muziekonderwijs.

Van woord tot beat
Aan het eind van de les waarin ik uitleg had gegeven over verschillende soorten woordclusters, heb ik studenten gevraagd woorden voor geluiden te bedenken. Die woorden verzamelden ze op padlet.com. Zo ontstond in een week
deze woordmuur vol geluiden. Deze verzameling vormde de basis voor de les die daarop volgde.

In die les heb ik de klas verdeeld over 7 groepen van 4 studenten. Op iedere tafel lag een gekleurd vel en een stapeltje woordkaartjes met daarop de woorden van de woordmuur. Als eerst kregen ze de opdracht om de woorden op zoveel mogelijk manieren te sorteren. Hoe ze de woorden ordenden, mochten ze zelf bepalen. Iedere keer als ze klaar waren, maakten de studenten een foto met hun mobiele telefoon. Die foto’s plaatsten ze op een speciaal voor dit doel aangemaakte wall. Zo werden de foto’s direct zichtbaar op het digitale schoolbord. Door de gekleurde vellen was zichtbaar welke woordgroepen van welk groepje afkomstig was. Het resultaat van deze opdracht is op deze wall te zien.

Met deze activiteit oefen je het leggen woordrelaties. Veel van de geluiden doen een groot beroep op het associatievermogen. Door in groepjes aan deze opdracht te werken, ontstaat er heel veel interactie in de groepen. Je ontkomt er niet aan om met elkaar in gesprek te gaan over waar het geluid vandaan zou kunnen komen.

De opdracht daarna had te maken met the beat van deze week. Terwijl de beat werd afgespeeld, was het de bedoeling om uit alle woorden de geluiden te kiezen die ze het best vonden passen in de beat. Ook van die selectie werd een foto gemaakt en geplaatst. Interessant is het om vervolgens met elkaar te praten over de verschillen in de gekozen woorden. Waarom heeft het ene groepje andere woorden gekozen dan het andere groepje, wat zijn daarbij de overwegingen geweest?
Tot slot hebben we met de klas een cluster gekozen om op te nemen. In dit filmpje is het eindresultaat te horen.

Wanneer ik deze activiteit uit zou voeren in het basisonderwijs, had ik ervoor gekozen om de drie opdrachten te spreiden over drie lessen van een half uur. Je hebt dan wat meer tijd om de diversiteit aan woordclusters met elkaar te bespreken.
De fase van het verzamelen van woorden kun je als leerkracht verrijken door allerlei stripverhalen en prentenboeken onder de aandacht brengen. Leerlingen kunnen daaruit woorden voor geluiden selecteren. Je kunt kinderen ook na laten denken over dierennamen die eigenlijk een onomatopee zijn.

En zo zie je maar… ook in een dichtgetimmerd lesprogramma en met veel te weinig tijd, is het mogelijk om muziek en taalonderwijs te combineren.

Eén reactie op “En ´pling´, daar landde een klein zwart worstje bovenop de hondenkop.”

  1. Maria Verkampen schreef:

    dag Rutger,
    Ik kwam al klikkend en zoekend bij je les over de woordmuur met geluiden terecht en zag tijdens het lezen pas dat het een les van jou was. Leuk, inspirerend, verbindend. Ik gebruik hem in een woordenschatles morgenmiddag! Groet, Maria

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*