Advies Rathenau Instituut over digitale samenleving

10-02-2017 door Pierre Gorissen

Op Tweakers stond vandaag een bericht met de kop “Onderzoek op verzoek Eerste Kamer – Ook volwassenen moeten leren programmeren“. Dat leidde (uiteraard) meteen tot een aantal negatieve reacties in de lijn “ik begrijp niet waarom iedereen opeens moet leren programmeren” waarop de auteur van het bericht als toelichting gaf het hij de titel vooral als clickbait gebruikt had.  OK, dat was helder, maar waar ging het dan wél over?

Het Rathenau Instituut heeft afgelopen week een rapport gepubliceerd met de titel “Opwaarderen. Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving“. Dit rapport is het resultaat van een studie die ze uitgevoerd hebben naar aanleiding van de ‘motie Gerkens’ uit eind 2014. Het is een lijvig rapport (213 pagina’s), daarom een overzicht van de voor het onderwijs belangrijkste punten uit het rapport.

De motie Gerkens

De motie Gerkens uit 2014 is, zoals altijd bij moties, in politiek gevleugelde taal opgesteld:

Motie van het lid Gerkens c.s. voorgesteld op 23 september 2014 De Kamer, gehoord de beraadslagingen, constaterende, dat de digitale technologie met the Internet of Things alles en iedereen met elkaar zal verbinden; constaterende, dat deze niet te stuiten ontwikkeling kansen zal bieden voor de maatschappij, maar ook bedreigingen; overwegende, dat de effecten van deze digitale ontwikkeling op de maatschappij niet alleen een technologische, maar ook een maatschappelijke, sociaal juridische en sociaal psychologische is; verzoekt de regering het Rathenau Instituut te vragen een onderzoek te doen naar de wenselijkheid van een commissie die kan adviseren over de ethische kant van de digitalisering van de samenleving, en gaat over tot de orde van de dag.
Ondertekend door Eerste Kamerleden Gerkens, Franken, K.G. de Vries, Strik, Duthler, Van Boxtel.

De motie heeft het over kansen van de digitale maatschappij, maar vraagt ook aandacht voor de bedreigingen. Daarnaast vragen de Kamerleden zich af of het wenselijk is om een commissie in te stellen die over de ethische kant van die digitalisering kan adviseren.

Het rapport

Het Rathenau Instituut heeft die vraag grondig opgepakt. En dat maakt het rapport ook interessant om te lezen als je niet direct in governance structuren geïnteresseerd bent. Zo beginnen ze met het beschrijven van relevante technologiegebieden en bijbehorende deelonderwerpen:

  • Materiele wereld
    • Robotica
    • Internet of Things
  • Biologische wereld
    • Persuasieve technologie
    • Multimodale biometrie
  • Socio-culturele wereld
    • Platformen
    • VR/AR en sociale media
  • Digitale wereld
    • Kunstmatige intelligentie
    • Big data en algoritmen

Daarna worden er maatschappelijke en ethische vraagstukken bij digitalisering beschreven:

  • Privacy
    • gegevensbescherming,
    • privacy,
    • digitaal huisrecht,
    • mentale privacy,
    • surveillance,
    • doelverschuiving
  • Autonomie
    • keuzevrijheid,
    • vrijheid van meningsuiting,
    • manipulatie,
    • paternalisme
  • Veiligheid
    • informatieveiligheid,
    • identiteitsfraude,
    • fysieke veiligheid
  • Controle over technologie
    • controle en inzicht in algoritmen,
    • verantwoordelijkheid,
    • onvoorspelbaarheid
  • Menselijke waardigheid
    • dehumanisatie,
    • instrumentalisering,
    • deskilling (afleren van vaardigheden),
    • desocialisatie,
    • technologische werkeloosheid
  • Rechtvaardigheid
    • discriminatie,
    • uitsluiting,
    • gelijke behandeling,
    • stigmatisering
  • Machtsverhoudingen
    • oneerlijke concurrentie,
    • uitbuiting,
    • relatie burger-overheid-bedrijf

Ik geef hier alleen de twee “rijtjes”, als je nog niet eerder iets over dit onderwerp gelezen hebt of als je gewoon wilt bijlezen, dan is het zeker de moeite waard om dat deel van het rapport ook te lezen.

Het hoofdstuk erna heb ik zelf wat sneller gelezen, maar gezien de vraagstelling van de motie is “governance in historisch perspectief” natuurlijk heel relevant. Het helpt om te kunnen bekijken hoe dat dan voor de vraagstukken die hierboven genoemd zijn op dit moment het geval is. Ik beperk me even tot de conclusie:

Voor de onderwerpen autonomie, menselijke waardigheid en controle over technologie is nog beperkte aandacht; in het maatschappelijke debat wordt het onderwerp nog beperkt opgepikt door maatschappelijke organisaties en ook in de fase van beleidsvorming en -bepaling is er nog weinig aandacht.

En meer in detail:

Concluderend komen we tot vijf blinde vlekken:

  • De vertaling van nieuwe maatschappelijke en ethische vraagstukken naar beleid, interdepartementale afstemming en coördinatie op digitalisering; en het politieke debat over die nieuwe vraagstukken.
  • Borging van grond- en mensenrechten in de digitale samenleving.
  • Versterken van toezichthouders en zorgen voor onderlinge afstemming tussen toezichthouders.
  • Nieuwe verantwoordelijkheden van ontwikkelaars van digitale diensten en producten.
  • Organiseren van maatschappelijk tegengeluid: versterken maatschappelijk middenveld, kennis en vaardigheden van burgers en maatschappelijk debat over digitalisering.

Conclusie van het onderzoek

De conclusie van het instituut naar aanleiding van hun onderzoek is dat je er niet bent met het simpelweg instellen van een commissie. Dan loop je juist het risico dat het probleem ergens geparkeerd wordt, terwijl het breed opgepakt zou moeten worden. Daarom is hun advies meerledig:

  1.  Stel een interdepartementale werkgroep in die toewerkt naar een kabinetsvisie op de omgang met de maatschappelijke en ethische betekenis van digitalisering, en die zorgt voor politiek-bestuurlijke coördinatie.
  2. Versterk de rol en positie van toezichthouders.
  3. Stel een “Digitaliseringsakkoord” op om commitment en verantwoordelijkheden van bedrijven, overheid, en maatschappelijke actoren omtrent de borging van publieke waarden in de digitale samenleving vast te leggen.
  4. Organiseer een nationale dialoog over de betekenis van digitalisering voor de borging van publieke waarden.
  5. Zorg voor periodieke politieke discussie in de Eerste en Tweede Kamer over de governance van maatschappelijke en ethische digitaliseringsvraagstukken.

En wat betekent dit voor het onderwijs?

Belangrijk is om te realiseren dat het advies dus niet simpel zegt “laat het onderwijs het maar even regelen en toevoegen aan het toch al drukke lesprogramma”, het pakt de upgrade integraler aan. Maar uiteraard liggen ook bij het onderwijs taken en kansen. Die zijn bijvoorbeeld te vinden in de uitleg over het Digitaliseringsakkoord.

Daarnaast dient het Digitaliseringsakkoord aandacht te besteden aan het bevorderen van ‘technologisch burgerschap’ o.a. door het stimuleren van digitale vaardigheden. Dat kan concreet vorm krijgen door in het onderwijs mediawijsheid te verbreden, en ruimte te maken voor programmeren en andere digitale vaardigheden. Dat geldt niet alleen voor het basis- en voorgezet onderwijs voor de burgers van de toekomst, maar juist ook voor het onderwijs van de professionals van nu. Van de zorg tot aan het gerechtelijk systeem is het van belang dat professionals kennis nemen van de invloed van de nieuwe digitaliseringsgolf op publieke waarden.

Niet alleen bij de burgers van de toekomst, ook bij de burgers van nu moet het technologisch burgerschap worden gestimuleerd. Het rapport benadrukt daarmee nogmaals de op pagina 181 aangehaalde uitgangspunten van het Platform 2023:

Digitale geletterdheid moet onderdeel worden van het kerncurriculum van het onderwijs, waarbij het gaat om kennis van ICT, computational thinking, en mediawijsheid – het aanleren van normen en waarden als het gaat om privacy, veiligheid, online omgangsvormen, reputatie en beeldvorming.

Want:

ICT-diensten en producten zijn geen gadgets meer: ze hebben een fundamentele impact op onze maatschappij.

Nu is het inmiddels 2,5 jaar na de motie en met een advies is er nog op zichzelf nog geen besluit of actie uitgezet. Maar het lijkt me duidelijk dat het niet verstandig is om als onderwijs (en dan heb ik het over alle sectoren) af te gaan wachten hoe de besluitvorming uiteindelijk uitpakt. We zullen zelf moeten gaan uitzoeken hoe we dat technologisch burgerschap ook in ons onderwijs het beste een plek kunnen geven.

Tags:
Geplaatst onder: Literatuur, Onderzoek | Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*